Posts tonen met het label journalistiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label journalistiek. Alle posts tonen

zondag 7 november 2010

WC 4, Reflectie Eigen Debat ´Journalistiek en Nieuwe Media´




Samen met Robin, Luciano, Fokke, Erik, Cornelia en Lorainne heb ik het debat voor het vierde werkcollege voorbereid. Ons debat had als thema ´Journalistiek en Nieuwe Media´ en de volgende stelling stond centraal:

‘De internetgebruiker is geheel zelf verantwoordelijk voor het herkennen van de kwaliteit van nieuws op internet.’

Structuur van het debat 

Robin, Luciano en Fokke vormden de ‘voor-partij’ en Erik, Cornelia en ikzelf vormden de tegenpartij. We hadden geprobeerd om de verbeterpunten van de vorige twee debatten mee te nemen in ons eigen debat. Zo hadden we een punt ‘debat’ toegevoegd aan de indeling van ons debat. Dit lijkt misschien logisch, maar tijdens het eerste debat ontbrak het aan ‘debat’. Om te voorkomen dat de beide partijen alleen tijdens hun afgebakende beurt zouden praten, konden beide partijen tijdens de acht minuten die daarvoor waren ingeruimd, echt debatteren. Er kon direct op elkaar worden gereageerd, nadat de voorzitter het woord had uitgedeeld. 

In het eerste debat werd ook gebruik gemaakt van een klok en wij besloten dit ook te doen, omdat het ons inziens iets toevoegde aan de ordelijkheid van het debat. Iedere spreker weet tenslotte precies hoe lang of kort hij/zij nog heeft om een punt te maken. Het zorgt ervoor dat de deelnemers van een debat hun argumenten kort en bondig formuleren en dat houdt het voor het publiek ook overzichtelijk.


Mijn rol in het debat 

Mijn rol als tegenstander in het debat vond ik lastig. Dit lag niet het minst aan de stelling. Ondanks het feit dat we hier als groep lang en grondig over na hadden gedacht, bleek deze in het heetst van de strijd toch niet te voldoen aan de voorwaarden voor een goede stelling. Het was namelijk volgens het publiek bijna niet mogelijk om volledig ‘voor’ of ‘tegen’ de stelling te zijn. Dit probleem hadden wij van tevoren ook al enigszins geconstateerd, maar we hadden toen besloten om te proberen onze standpunten erg zwart/wit te laten zijn. Tijdens het debat bleek echter dat het opzoeken van nuances, vooral in het ondermijnen van argumenten van de andere partij, bijna noodzakelijk was. Hierdoor ontstond helaas meer debat over de stelling dan aan de hand van de stelling.


Van tevoren hebben alle groepsleden individueel bronnen gezocht om hun argumenten te steunen. Daarna kwamen de twee partijen afzonderlijk bij elkaar om argumenten uit te wisselen en deze tot een coherent geheel te maken. Ik heb eerst mijn argumenten op een rij gezet en aan de hand daarvan ben ik bronnen gaan zoeken. Toen ik ze naast de argumenten van mijn partijgenoten legde, kwamen we erachter dat we alle drie de stelling heel anders hadden benaderd. Het was lastig om er één consequent verhaal van te maken. Dit hebben we toch geprobeerd, maar in het debat zelf bleek dit (voor mijn gevoel) toch niet helemaal te zijn gelukt.

Persoonlijk vond ik het lastig om de argumenten die ik zo netjes op papier had staan, goed aan te laten sluiten bij het debat wat op dat moment gevoerd werd. De andere partij kwam vaak met punten waar ik geen goed weerwoord op had en als ik dan toch probeerde hun argumenten te weerleggen, dan kwam dat vaak niet zo sterk over.


Mijn argumentatie was als volgt opgebouwd:

1. De internetgebruiker

· We mogen er vanuit gaan dat de gemiddelde internetgebruiker niet kritisch is.

Argumenten:
- Ongeveer één op de vijf Amerikanen denkt dat Obama moslim is:
http://www.trouw.nl/nieuws/wereld/article3172595.ece/Veel_Amerikanen_denken_dat_Obama_moslim_is.html terwijl dit natuurlijk klinkklare onzin is.

- Meer dan 2/3 van de bevolking is laagopgeleid (bron: CBS).

- Geert Wilders krijgt 1.5 miljoen stemmen, terwijl zijn programma op veel punten niet klopt. Denk aan de zogenaamde toename van criminaliteit. Volgens het CBS neemt de criminaliteit al jaren gestaag af, alleen vandalisme is iets gestegen. Ook de zogenaamde massa-immigratie is een leugen; uit onderzoek van het CBS is gebleken dat immigratie is afgenomen in 2010).

--> Daarbij: Internet is een bijna ondoordringbare jungle van informatietoevoer (Mutz 2004: 3)

2. Probleem 

· Goede informatieverstrekking is cruciaal in een democratie, waar de burgers belangrijke beslissingen moeten nemen (Kovach en Rosenstiel, 2001; Bardoel, 2004).

· De informatie die te vinden is op internet is meer dan eens niet voorzien van een naam of vermelding van een betrouwbare bron (Deuze, 2003: 206).

· Door internet is nieuws vluchtig geworden. Journalisten zitten vaak alleen nog maar achter hun bureau, om het allemaal maar bij te kunnen houden, in plaats van dat ze de straat opgaan (Pleijter et al., 2002: 28). Dit komt natuurlijk de diepgang van nieuws niet ten goede; zij hebben namelijk niet (altijd) het doel om een perfect beeld van de werkelijkheid weer te geven (Hermida, 2010). Dit is daarentegen wel het doel van de professionele journalist (of dit zou zo moeten zijn).

· Veel nieuwssites laten gebruikers ook uploaden of reacties plaatsen (Deuze, 2003: 210) en dit zorgt ervoor dat nieuws onoverzichtelijk wordt.

3. Oplossingen 

· De burger is zelf niet kritisch genoeg om kwaliteit van nieuws te herkennen en dit is een probleem (gezien bovenstaande gegevens). Dus:

· De nieuwe journalistiek, zoals Mark Deuze het noemt, moet de burgers betrouwbare archieven bieden waaruit zij zichzelf van informatie kunnen voorzien (Deuze, 2003: 217).

· De professionele journalisten moeten niet meer de rol spelen van gatekeeper (bepalen welk nieuws bekend wordt), maar van gatewatcher (in de gaten houden wat er allemaal voor nieuws de wereld in wordt geholpen en hier op in springen) (Bruns, 2003: 3). Ze moeten de mensen helpen de juiste betekenis toe te kennen aan het nieuws (Hermida, 2010: 6).

· Volgens het onderzoek van Lowrey en Anderson (2005) hebben burgers een hoge pet op van journalisten; zij zijn degenen die hen op een professionele manier het (kwaliteits-)nieuws brengen. Het zou goed zijn als journalisten deze positie ook echt in zouden nemen. Ze zouden zich meer moeten onderscheiden van amateur-journalisten/burger-journalisten.

· Een manier om dit onderscheid te maken, is het instellen van een keurmerk. Hoogleraar Jo Bardoel spreekt zich positief uit over een dergelijk merkteken (http://www.ru.nl/socialewetenschappen/actueel/nieuws/@782991/jo-bardoel-keurmerk/). Op die manier kunnen mensen herkennen met wat voor nieuws ze te maken hebben. Of het ze wat uitmaakt is een tweede, maar zo hoeven ze niet op eigen houtje te bepalen hoe ze nieuws moeten waarderen (goede kwaliteit of slechte kwaliteit).


Bronnen 
Er is erg veel geschreven over journalistiek en nieuwe media, maar ik vond het lastig om gegevens te vinden die mijn standpunt (tegenpartij) zouden ondersteunen. In dat opzicht had de tegenpartij een grote voorsprong. Hieronder zijn alle bronnen te zien die ik tijdens mijn zoektocht heb gevonden. Ik heb veel gezocht via Omega en Google Scholar met zoektermen als ‘new media and journalism’ en ‘quality journalism new media’. Ook kwam ik vaak vanuit het ene artikel terecht bij een ander relevant artikel. Uiteindelijk heb ik niet alle bronnen gebruikt voor het schrijven van mijn betoog voor het debat.


- Bardoel, J. “Macht zonder verantwoordelijkheid? Media, mediabeleid en de kwaliteit van de openbare informatievoorziening.” [2004] Tijdschrift voor Communicatiewetenschap 32 (1): 79-98.

- Boer, N. de. “Fact checking: de feiten moeten kloppen.”Villamedia (website), http://www.villamedia.nl/journalist/n/kwaliteit/factchecking.shtm (laatst bezocht op 16 oktober 2010).

- Bruns, A. “Gatewatching, not gatekeeping: Collaborative online news.” [2003] Media International Australia Incorporating Culture and Policy: quarterly journal of media research and resourcesm 107: 31-44. http://eprints.qut.edu.au/189/1/Bruns_Gatewatching.PDF (laatst bezocht op 14 oktober 2010).

- Deuze, M. “The web and its journalisms: considering the consequences of different typles of newsmedia online.” [2003] New Media and Society 5 (2): 203-230.

- Domingo D. en A. Heinonen. “Weblogs and Journalism: A Typology to Explore the Blurring Boundaries”. [2008] Nordicom Review 29 (1): 3-15.

http://www.nordicom.gu.se/common/publ_pdf/264_domingo_heinonen.pdf (laatst bezocht op 16 oktober 2010).

- Hermida, A. “From TV to Twitter: How ambient news became ambient journalism.” [2010] Media-Culture Journal 13 (2).

- Huysmans, F. en J. de Haan. “Alle kanalen staan open. De digitalisering van mediagebruik.” [2010] Onderzoek in opdracht van het Sociaal Cultureel Planbureau. http://www.scp.nl/dsresource?objectid=26392&type=org (laatst bezocht op 16 oktober 2010).

- Kovach, B. en T. Rosenstiel. The elements of Journalism. New York: Crown, 2001.

- Lowrey, W., en W. Anderson. “The journalist behind the curtain: Participatory functions on the Internet and their impact on perceptions of the work of journalism.” [2005] Journal of Computer-Mediated Communication (website), http://jcmc.indiana.edu/vol10/issue3/lowrey.html (laatst bezocht op 17 oktober 2010).

- Mutz, Diana C. en Ross Chanin. “Comedy or News? Viewer Processing of Political News from The Daily Show." [2004]: 3. Paper presented at the Political Communication section's APSA pre-conference in Chicago, August, 2004.

- Pleijter, A., F. Tebbe en L. Hermans. “Nieuwe journalisten door nieuwe bronnen?” [2002]Bikker Euro RSCG report, http://villa.intermax.nl/digiproject/content/onderzoek/startonderzoek.htm .

- Savenije, B. “Redt kwaliteit de krant? Over wat dagbladen moeten doen om de Nieuwe Media bij te kunnen benen.” [2009] Intellectueel Kapitaal Magazine (website),

http://www.kb.nl/staff/savenije/publicaties/2009_IK8_Kranten-p34-37.pdf (laatst bezocht op 12-10-2010).

- Schafer, A. “Who, What, Where, Why and Web” [2007] Wired Magazine (website), http://www.wired.com/culture/education/news/2001/07/44797 (laatst bezocht op 15 oktober 2010).

- Singer, J. B. “The politcal j-blogger : ‘Normalizing’ a new media form to fit old norms and practices.”[2005] Journalism 6: 173.


Evaluatie 
In de evaluatie van ons debat kwam naar voren dat wij als tegenpartij niet erg zelfverzekerd overkwamen. Dit had alles te maken met onze lastige positie in het debat. Zoals Erna Kotkamp ook zei, we moesten een standpunt verdedigen wat de huidige situatie bekritiseert. Dit is vaak lastig omdat het veel praktische bezwaren met zich meebrengt, de vraag ‘Hoe willen jullie dat (de kwaliteit bewaren) gaan doen dan?’ werd dan ook gesteld.

Door de spanning kon ik mijn standpunt ook niet zo stevig neerzetten als ik graag had gewild. De snelheid van het debat vormde een belemmering voor het duidelijk kunnen omschrijven wat ik bedoelde. Telkens als ik een punt probeerde te maken, jaagde de klok (die we groot in beeld hadden gebracht in de powerpointpresentatie) me op. Vaak hoorde je een punt van de andere partij, waar je dan vervolgens over na ging denken en een goede reactie op probeerde te formuleren. Maar doordat je zo met dat ene punt bezig was, mistte je weer een heleboel andere punt en kon het op het publiek overkomen alsof je niet adequaat reageerde op de andere partij.

Bij aanvang van het debat bleek na een peiling dat twee mensen uit het publiek ons standpunt deelden; na het debat was dit er nog maar één. Dit bevestigde nogmaals dat ik mijn punt niet goed/sterk genoeg heb kunnen maken.

Mijn eigen mening heb ik niet meegenomen het debat in. Ik was het namelijk eens met beiden partijen. Ik stond volledig achter mijn punt van de 'domme internetgebruiker' (cru gezegd), maar ik kon me vinden in de praktische tegenargumenten van de andere partij; hoe ga je inderdaad de informatiestroom reguleren in een internetcultuur waar alleen al 50.000 tweets per minuut het web op worden geslingerd? 

Al met al vond ik het wel een heel leerzame ervaring. Van tevoren had ik gedacht dat ik zo’n debat ‘wel even zou doen’, maar niets bleek minder waar. Het feit dat de stelling onze partij in feite benadeelde, hielp ook niet mee aan het neerzetten van een goed debat. Ik heb wel erg geprobeerd me aan de groundrules te houden, maar ook hierbij was de spanning een negatieve factor.

In het tweede gedeelte van het werkcollege werden de beoordeelde (papieren) wegblogs uitgedeeld. Ik was blij om te horen dat ik daarmee in ieder geval op de goede weg zat, mijn blog was beoordeeld met een 7.5. 

HC 4, Gastspeker Bert Brussen over Lucas de Linkse Lul en Twitter


Deze week is Bert Brussen gevraagd om een lezing te geven over het thema ‘Nieuwe Media en Journalistiek’. Hij opende zijn lezing met de woorden: “Achter het scherm heb ik normaal gesproken altijd een grote bek, maar ik heb eigenlijk nog nooit voor een zaal met zoveel mensen gestaan. Als jullie mij achteraf een slechte spreker vinden, dan kan dat dus kloppen.”Dit maakte hem in mijn ogen juist een goede spreker, omdat hij meteen de aandacht van het publiek te pakken had. Tijdens zijn lezing hield hij de studenten geboeid, door ons in zijn verhaal te betrekken door middel van vragen.

Voorafgaand aan het hoorcollege heb ik wat research naar hem gedaan. Ik kwam iets interessants tegen in een nieuwsuitzending van BNR Nieuwsradio van 23 september jongstleden. In het fragment wordt hij geïnterviewd samen met Hans Wansink (politiek commentator van de Volkskrant) en Jo Bardoel (hoogleraar Journalistiek en Media aan de Radboud Universiteit Nijmegen). Het interview gaat over de staat van de journalistiek door de komst van de Nieuwe Media. Brussen geeft in het interview aan dat de zogenaamde ‘crisis’ omtrent kwaliteit, die zich op het moment afspeelt in de journalistiek, niet overdreven moet worden. Dit leverde mij een mijn eerste vraag voor tijdens het hoorcollege op (zie onderaan). Brussen geeft ook aan dat hij zichzelf expres geen journalist noemt, omdat hij zich anders aan allemaal regels moet houden. Hierdoor kwam ik op mijn tweede vraag (zie onderaan).

Brussen gaf in het hoorcollege aan dat hij vooral bekend is doordat hij een bedreiging aan het adres van Geert Wilders heeft geretweet. Hij is toen door het OM als verdachte verhoord. Naast ‘verdachte’ is hij ook blogger voor geenstijl.nl en voor zijn eigen website. Hij schrijft controversiële stukken over actuele zaken. Eerder blogde hij onder het pseudoniem ‘Lucas de Linkse Lul’, maar aangezien tegenwoordig iedereen op internet met gemak kan achterhalen van wie een bepaald pseudoniem is, besloot hij maar gewoon onder zijn eigen naam te gaan schrijven.

Hij vindt dat het internet nog te weinig wordt gebruikt; “het is nog onontgonnen gebied”. De oude media (kranten en televisie) moeten snel inspringen voordat er een enorme kloof ontstaat tussen die media en de Nieuwe Media. Ze moeten volgens hem participeren op het internet. Als iets/iemand niet aanwezig is op het web, dan bestaat het/hij niet; of dan wordt het/hij in ieder geval niet opgemerkt door het grote publiek. Online journalistiek is een speciale manier van uiten. De kernwoorden zijn ‘filmpjes’, ‘hyperlinks’, ‘weinig tekst’ en ‘up-to-date’. Vooral dat laatste is belangrijk: nieuws is op het moment dat het gebeurd nog nieuws en een paar minuten erna al bijna niet meer. Volgens Brussen kan de mens eigenlijk al niet meer zonder een medium als twitter: “het is ingebed in de samenleving”. Dit vind ik wel een erg radicale uitspraak aangezien er maar ongeveer 200.000 Nederlandse (actieve) twitter-acounts zijn.[1] Zelf heb ik ook geen twitter en als ik Brussen moet geloven, ben ik dus eigenlijk een buitenbeentje; iets waar ik me gelukkig niet echt in kan vinden.

Vroeger was nieuws iets van het achtuurjournaal en nog vroeger van de kranten, maar tegenwoordig levert iedereen die actief is op internet zijn bijdrage aan het creëren van nieuws. Dit is de ontwikkeling die Alfred Hermida beschrijft in zijn artikel “From TV tot Twitter: How ambient News became ambient journalism.”[2]

De Nieuwe Media hebben volgens Brussen echter ook nadelen, bijvoorbeeld: “Mensen zeggen online sneller dingen die ze normaal niet zouden zeggen.”Daarnaast geeft hij aan dat er ongelofelijk veel troep online staat. Zo bestaat een gedeelte van de tweeds op twitter vooral uit beledigingen en scheldwoorden. Ook geeft hij aan dat de betrouwbaarheid van informatie in het geding kan komen, doordat iedereen ‘vrij’ is om te zeggen wat hij/zij wil. “Vroeger had je nog de code van Bordeaux (voor journalistiek) die aangaf waar de grenzen lagen van het betamelijk en goed fatsoen. De bloggers van tegenwoordig houden zich hier totaal niet meer aan.”

In het artikel van Mark Deuze komt ook naar voren dat het begrip ‘journalistiek’ met de komst van de Nieuwe Media een herdefinitie verdient.[3] Deuze stelt, net als Brussen, dat de Nieuwe Media het nieuwsproces enorm hebben versneld. Alles draait om up-to-date zijn. Dat heeft volgens Deuze het volgende gevolg: “..internet in reporting has sped up the news process, sometimes even causing journalists to spend more time at their desks instead of going ‘out on the street.”[4] Deuze erkent ook het probleem van anonimiteit op internet: “..verification of information is extremely difficult due to the often anonymou, fast-paced communication involved.”[5]

Zowel Brussen als Mark Deuze zien online journalistiek als iets anders dan ‘gewone’ journalistiek. Volgens Deuze is er sprake van een vierde soort journalistiek; naast drukwerk, radio en televisie.[6] Binnen het ‘vakgebied’ van de internetjournalistiek zijn ook weer verschillende soorten sites/platforms te onderscheiden op basis van interactie-mogelijkheden en in hoeverre de content wordt gecontroleerd .[7] Hij heeft het over verschillende vormen van interactiviteit die mogelijk zijn op het web. Een belangrijke conclusie is dat de Oude Media eigenlijk elke vorm van interactiviteit missen. Hierdoor zijn mensen meer geïnteresseerd in de Nieuwe Media; daar kunnen ze hun ei tenminste kwijt.

De Oude Media moeten actie ondernemen. Dat is de boodschap van Brussen en Deuze. Journalistiek krijgt een andere betekenis en het is waarschijnlijk nog een lastige klus om uit te vinden hoe interactiviteit en participatie niet ten koste van de kwaliteit zullen gaan werken.

Vragen bij de lezing:

Vindt u het een goede ontwikkeling dat iedereen met behulp van internet zijn/haar mening over alles kan geven? De samenleving wordt er zo ontzettend onoverzichtelijk van; al die individuen die maar hun zegje willen doen op hun eigen podium! En een medium als twitter bevordert toch alleen maar de oppervlakkigheid van een samenleving?

BB:Dat mensen op twitter oppervlakkig zijn, wil niet zeggen dat ze dat in het echt ook zijn. Denk aan studenten in hun sociëteit om half 2 ’s nachts. Die zullen waarschijnlijk ook niet veel interessants meer uit kunnen brengen, terwijl ze misschien de volgende dag weer college in de rechtsgeleerdheid volgen. Het is de omgeving waar mensen zich op een bepaald moment bevinden, die zorgt dat ze zich op een bepaalde manier gedragen. Wanneer een onderwerp op al die aparte podia terugkomt, kan het trouwens ook leiden tot een groot debat in bijvoorbeeld de politiek. Het heeft dus niet alleen een negatieve invloed op de samenleving. 

Waarom is het zo belangrijk dat je als online-figuur niet aan regels gebonden moet zijn? Alles lijkt maar te moeten kunnen.

BB: Die regels zullen er waarschijnlijk wel komen. In eerste instantie was het juist de aantrekkingskracht van internet dat je zoveel vrijheid had, maar doordat er nu steeds meer problemen ontstaan, onder andere met betrekking tot privacy, zullen er steeds meer regels komen. Het is een soort van trial en error, doordat er nu dingen mis gaan/problemen opleveren, wordt er nagedacht over maatregelen.




[1] T. van Ringelestijn. “5 + 20 feiten over Twitterend Nederland”[31-07-2010] Website Webwereld.nl, http://webwereld.nl/de-vijf/66735/5---20-feiten-over-twitterend-nederland.html (laatst bezocht op 27 oktober 2010).
[2] A. Hermida. “From TV to Twitter: How ambient news became ambient journalism.” [2010] Media-Culture Journal 13 (2).
[3] M. Deuze. “The web and its journalisms: considering the consequences of different typles of newsmedia online.” [2003] New Media and Society 5 (2): 203-230, p. 203.
[4] Ibidem, 206.
[5] Ibidem.
[6] Ibidem.
[7] Ibidem, 205.