Posts tonen met het label Debatverslag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Debatverslag. Alle posts tonen

zondag 7 november 2010

WC 5, Reflectie Debat ‘Nieuwe Media en Politiek’

Binnenhof geteisterd door vogelplaag.

In dit werkcollege vond een debat plaats rond het thema ‘Nieuwe Media en Politiek’. De volgende stelling stond centraal:

‘Het gebruik van sociale media door politici heeft een positieve inhoud op de inhoud van het politieke debat onder mensen van 18 t/m 35 jaar.’

In plaats van enkel één voor- en tegenpartij, werd dit debat gevoerd door één voorstander, één tegenstander en nog één tegenstander (die anders ‘tegen’ was dan de eerste tegenstander). De voorzitster lichtte de stelling toe. Ze gaf aan dat er gekozen was voor deze specifieke leeftijdscategorie, omdat de mensen die er binnen vallen, vaak nog geen vaste politiek partij hebben; die keuze wordt vaak pas later gemaakt. Toen duidelijk werd wat de structuur van het debat zou zijn, was ik zelf erg benieuwd naar het punt ‘vrij debat’. Dit hield namelijk in dat het publiek ook mee mocht debatteren.

De voorstander gaven aan dat het gebruik van de sociale media door burgers ervoor kan zorgen dat zij dichter bij politici komen te staan. Ook zou het gebruik ervan ervoor hebben gezorgd dat de politiek transparanter is geworden.

De tegenpartij voerde aan dat de sociale media momenteel niet juist worden gebruikt; in plaats van een middel om het debat te bevorderen, worden ze gebruikt als marketingtool. Op een facebookpagina van een bepaalde politiek partij staat bijvoorbeeld vooral wanneer er weer een event plaatsvindt of wanneer er iets over hun op televisie is. Er wordt geen actief en inhoudelijk debat gevoerd. De sociale media zouden ook geen effect hebben op de inhoud van het debat, omdat de burgers hun informatie vooral van buiten deze media halen. Het feit dat veel tweets niet worden geretweet vormt voor de tegenpartij ook het bewijs dat ze ook geen effect hebben.

In het ‘vrije debat’ greep ik mijn kans om iets in te brengen tegen de tegenpartij, aangezien veel van hun argumenten niet valide achtte. Zo vroeg ik mij af waar zij het bewijs vandaan haalden dat de sociale media geen effect hebben op de inhoud van het debat. Mijn vraag was dan ook: hoe weten jullie nou wat er aan de hand van tweets allemaal wel niet gebeurd? Het kan toch zijn dat er na aanleiding van een tweet van Femke Halsema  (zonder dat deze wordt geretweet) een ontzettend kwalitatief en diepgaand debat ontstaat in een willekeurige huiskamer. Hier had de tegenpartij geen antwoord op en mijn inziens stond of viel hun standpunt juist met dit punt. Tijdens het debat had ik wel vaker het gevoel dat er veel claims werden opgevoerd, maar dat de evidence en/of  de warrant niet lekker in elkaar zaten, of helemaal niet werden benoemd.

Ergens was het een goed debat, omdat het ook het publiek aanzette tot debatteren. Persoonlijk participeerde ik echter vooral uit frustratie. Dit is misschien sterk uitgedrukt, maar tijdens het debat had ik erg het gevoel dat de partijen weer langs elkaar heen praatten en vooral bezig waren met het zo goed mogelijk presenteren van hun eigen argumenten. Er werd veel herhaald door beide partijen,en hierdoor had ik het gevoel dat het debat af en toe stilstond. Dit kwam ook naar voren in de evaluatie na afloop van het debat. Toen werd ook gezegd dat het goed zou zijn geweest, als de voorzitter had geweten wat de argumenten van de partijen waren; zodat zij tijdens het debat een soort rode draad had kunnen aangeven. De stelling bleef wederom niet vrij van kritiek. Vanuit het publiek werd de vraag gesteld: wat bedoelen jullie precies met ‘politiek debat’? Er ontstond verwarring toen duidelijk werd dat het begrip verschillend was geïnterpreteerd. Al met al kan ik zeggen dat ik het debat interessant vond, maar het werd af en toe niet zorgvuldig genoeg gevoerd.

WC 4, Reflectie Eigen Debat ´Journalistiek en Nieuwe Media´




Samen met Robin, Luciano, Fokke, Erik, Cornelia en Lorainne heb ik het debat voor het vierde werkcollege voorbereid. Ons debat had als thema ´Journalistiek en Nieuwe Media´ en de volgende stelling stond centraal:

‘De internetgebruiker is geheel zelf verantwoordelijk voor het herkennen van de kwaliteit van nieuws op internet.’

Structuur van het debat 

Robin, Luciano en Fokke vormden de ‘voor-partij’ en Erik, Cornelia en ikzelf vormden de tegenpartij. We hadden geprobeerd om de verbeterpunten van de vorige twee debatten mee te nemen in ons eigen debat. Zo hadden we een punt ‘debat’ toegevoegd aan de indeling van ons debat. Dit lijkt misschien logisch, maar tijdens het eerste debat ontbrak het aan ‘debat’. Om te voorkomen dat de beide partijen alleen tijdens hun afgebakende beurt zouden praten, konden beide partijen tijdens de acht minuten die daarvoor waren ingeruimd, echt debatteren. Er kon direct op elkaar worden gereageerd, nadat de voorzitter het woord had uitgedeeld. 

In het eerste debat werd ook gebruik gemaakt van een klok en wij besloten dit ook te doen, omdat het ons inziens iets toevoegde aan de ordelijkheid van het debat. Iedere spreker weet tenslotte precies hoe lang of kort hij/zij nog heeft om een punt te maken. Het zorgt ervoor dat de deelnemers van een debat hun argumenten kort en bondig formuleren en dat houdt het voor het publiek ook overzichtelijk.


Mijn rol in het debat 

Mijn rol als tegenstander in het debat vond ik lastig. Dit lag niet het minst aan de stelling. Ondanks het feit dat we hier als groep lang en grondig over na hadden gedacht, bleek deze in het heetst van de strijd toch niet te voldoen aan de voorwaarden voor een goede stelling. Het was namelijk volgens het publiek bijna niet mogelijk om volledig ‘voor’ of ‘tegen’ de stelling te zijn. Dit probleem hadden wij van tevoren ook al enigszins geconstateerd, maar we hadden toen besloten om te proberen onze standpunten erg zwart/wit te laten zijn. Tijdens het debat bleek echter dat het opzoeken van nuances, vooral in het ondermijnen van argumenten van de andere partij, bijna noodzakelijk was. Hierdoor ontstond helaas meer debat over de stelling dan aan de hand van de stelling.


Van tevoren hebben alle groepsleden individueel bronnen gezocht om hun argumenten te steunen. Daarna kwamen de twee partijen afzonderlijk bij elkaar om argumenten uit te wisselen en deze tot een coherent geheel te maken. Ik heb eerst mijn argumenten op een rij gezet en aan de hand daarvan ben ik bronnen gaan zoeken. Toen ik ze naast de argumenten van mijn partijgenoten legde, kwamen we erachter dat we alle drie de stelling heel anders hadden benaderd. Het was lastig om er één consequent verhaal van te maken. Dit hebben we toch geprobeerd, maar in het debat zelf bleek dit (voor mijn gevoel) toch niet helemaal te zijn gelukt.

Persoonlijk vond ik het lastig om de argumenten die ik zo netjes op papier had staan, goed aan te laten sluiten bij het debat wat op dat moment gevoerd werd. De andere partij kwam vaak met punten waar ik geen goed weerwoord op had en als ik dan toch probeerde hun argumenten te weerleggen, dan kwam dat vaak niet zo sterk over.


Mijn argumentatie was als volgt opgebouwd:

1. De internetgebruiker

· We mogen er vanuit gaan dat de gemiddelde internetgebruiker niet kritisch is.

Argumenten:
- Ongeveer één op de vijf Amerikanen denkt dat Obama moslim is:
http://www.trouw.nl/nieuws/wereld/article3172595.ece/Veel_Amerikanen_denken_dat_Obama_moslim_is.html terwijl dit natuurlijk klinkklare onzin is.

- Meer dan 2/3 van de bevolking is laagopgeleid (bron: CBS).

- Geert Wilders krijgt 1.5 miljoen stemmen, terwijl zijn programma op veel punten niet klopt. Denk aan de zogenaamde toename van criminaliteit. Volgens het CBS neemt de criminaliteit al jaren gestaag af, alleen vandalisme is iets gestegen. Ook de zogenaamde massa-immigratie is een leugen; uit onderzoek van het CBS is gebleken dat immigratie is afgenomen in 2010).

--> Daarbij: Internet is een bijna ondoordringbare jungle van informatietoevoer (Mutz 2004: 3)

2. Probleem 

· Goede informatieverstrekking is cruciaal in een democratie, waar de burgers belangrijke beslissingen moeten nemen (Kovach en Rosenstiel, 2001; Bardoel, 2004).

· De informatie die te vinden is op internet is meer dan eens niet voorzien van een naam of vermelding van een betrouwbare bron (Deuze, 2003: 206).

· Door internet is nieuws vluchtig geworden. Journalisten zitten vaak alleen nog maar achter hun bureau, om het allemaal maar bij te kunnen houden, in plaats van dat ze de straat opgaan (Pleijter et al., 2002: 28). Dit komt natuurlijk de diepgang van nieuws niet ten goede; zij hebben namelijk niet (altijd) het doel om een perfect beeld van de werkelijkheid weer te geven (Hermida, 2010). Dit is daarentegen wel het doel van de professionele journalist (of dit zou zo moeten zijn).

· Veel nieuwssites laten gebruikers ook uploaden of reacties plaatsen (Deuze, 2003: 210) en dit zorgt ervoor dat nieuws onoverzichtelijk wordt.

3. Oplossingen 

· De burger is zelf niet kritisch genoeg om kwaliteit van nieuws te herkennen en dit is een probleem (gezien bovenstaande gegevens). Dus:

· De nieuwe journalistiek, zoals Mark Deuze het noemt, moet de burgers betrouwbare archieven bieden waaruit zij zichzelf van informatie kunnen voorzien (Deuze, 2003: 217).

· De professionele journalisten moeten niet meer de rol spelen van gatekeeper (bepalen welk nieuws bekend wordt), maar van gatewatcher (in de gaten houden wat er allemaal voor nieuws de wereld in wordt geholpen en hier op in springen) (Bruns, 2003: 3). Ze moeten de mensen helpen de juiste betekenis toe te kennen aan het nieuws (Hermida, 2010: 6).

· Volgens het onderzoek van Lowrey en Anderson (2005) hebben burgers een hoge pet op van journalisten; zij zijn degenen die hen op een professionele manier het (kwaliteits-)nieuws brengen. Het zou goed zijn als journalisten deze positie ook echt in zouden nemen. Ze zouden zich meer moeten onderscheiden van amateur-journalisten/burger-journalisten.

· Een manier om dit onderscheid te maken, is het instellen van een keurmerk. Hoogleraar Jo Bardoel spreekt zich positief uit over een dergelijk merkteken (http://www.ru.nl/socialewetenschappen/actueel/nieuws/@782991/jo-bardoel-keurmerk/). Op die manier kunnen mensen herkennen met wat voor nieuws ze te maken hebben. Of het ze wat uitmaakt is een tweede, maar zo hoeven ze niet op eigen houtje te bepalen hoe ze nieuws moeten waarderen (goede kwaliteit of slechte kwaliteit).


Bronnen 
Er is erg veel geschreven over journalistiek en nieuwe media, maar ik vond het lastig om gegevens te vinden die mijn standpunt (tegenpartij) zouden ondersteunen. In dat opzicht had de tegenpartij een grote voorsprong. Hieronder zijn alle bronnen te zien die ik tijdens mijn zoektocht heb gevonden. Ik heb veel gezocht via Omega en Google Scholar met zoektermen als ‘new media and journalism’ en ‘quality journalism new media’. Ook kwam ik vaak vanuit het ene artikel terecht bij een ander relevant artikel. Uiteindelijk heb ik niet alle bronnen gebruikt voor het schrijven van mijn betoog voor het debat.


- Bardoel, J. “Macht zonder verantwoordelijkheid? Media, mediabeleid en de kwaliteit van de openbare informatievoorziening.” [2004] Tijdschrift voor Communicatiewetenschap 32 (1): 79-98.

- Boer, N. de. “Fact checking: de feiten moeten kloppen.”Villamedia (website), http://www.villamedia.nl/journalist/n/kwaliteit/factchecking.shtm (laatst bezocht op 16 oktober 2010).

- Bruns, A. “Gatewatching, not gatekeeping: Collaborative online news.” [2003] Media International Australia Incorporating Culture and Policy: quarterly journal of media research and resourcesm 107: 31-44. http://eprints.qut.edu.au/189/1/Bruns_Gatewatching.PDF (laatst bezocht op 14 oktober 2010).

- Deuze, M. “The web and its journalisms: considering the consequences of different typles of newsmedia online.” [2003] New Media and Society 5 (2): 203-230.

- Domingo D. en A. Heinonen. “Weblogs and Journalism: A Typology to Explore the Blurring Boundaries”. [2008] Nordicom Review 29 (1): 3-15.

http://www.nordicom.gu.se/common/publ_pdf/264_domingo_heinonen.pdf (laatst bezocht op 16 oktober 2010).

- Hermida, A. “From TV to Twitter: How ambient news became ambient journalism.” [2010] Media-Culture Journal 13 (2).

- Huysmans, F. en J. de Haan. “Alle kanalen staan open. De digitalisering van mediagebruik.” [2010] Onderzoek in opdracht van het Sociaal Cultureel Planbureau. http://www.scp.nl/dsresource?objectid=26392&type=org (laatst bezocht op 16 oktober 2010).

- Kovach, B. en T. Rosenstiel. The elements of Journalism. New York: Crown, 2001.

- Lowrey, W., en W. Anderson. “The journalist behind the curtain: Participatory functions on the Internet and their impact on perceptions of the work of journalism.” [2005] Journal of Computer-Mediated Communication (website), http://jcmc.indiana.edu/vol10/issue3/lowrey.html (laatst bezocht op 17 oktober 2010).

- Mutz, Diana C. en Ross Chanin. “Comedy or News? Viewer Processing of Political News from The Daily Show." [2004]: 3. Paper presented at the Political Communication section's APSA pre-conference in Chicago, August, 2004.

- Pleijter, A., F. Tebbe en L. Hermans. “Nieuwe journalisten door nieuwe bronnen?” [2002]Bikker Euro RSCG report, http://villa.intermax.nl/digiproject/content/onderzoek/startonderzoek.htm .

- Savenije, B. “Redt kwaliteit de krant? Over wat dagbladen moeten doen om de Nieuwe Media bij te kunnen benen.” [2009] Intellectueel Kapitaal Magazine (website),

http://www.kb.nl/staff/savenije/publicaties/2009_IK8_Kranten-p34-37.pdf (laatst bezocht op 12-10-2010).

- Schafer, A. “Who, What, Where, Why and Web” [2007] Wired Magazine (website), http://www.wired.com/culture/education/news/2001/07/44797 (laatst bezocht op 15 oktober 2010).

- Singer, J. B. “The politcal j-blogger : ‘Normalizing’ a new media form to fit old norms and practices.”[2005] Journalism 6: 173.


Evaluatie 
In de evaluatie van ons debat kwam naar voren dat wij als tegenpartij niet erg zelfverzekerd overkwamen. Dit had alles te maken met onze lastige positie in het debat. Zoals Erna Kotkamp ook zei, we moesten een standpunt verdedigen wat de huidige situatie bekritiseert. Dit is vaak lastig omdat het veel praktische bezwaren met zich meebrengt, de vraag ‘Hoe willen jullie dat (de kwaliteit bewaren) gaan doen dan?’ werd dan ook gesteld.

Door de spanning kon ik mijn standpunt ook niet zo stevig neerzetten als ik graag had gewild. De snelheid van het debat vormde een belemmering voor het duidelijk kunnen omschrijven wat ik bedoelde. Telkens als ik een punt probeerde te maken, jaagde de klok (die we groot in beeld hadden gebracht in de powerpointpresentatie) me op. Vaak hoorde je een punt van de andere partij, waar je dan vervolgens over na ging denken en een goede reactie op probeerde te formuleren. Maar doordat je zo met dat ene punt bezig was, mistte je weer een heleboel andere punt en kon het op het publiek overkomen alsof je niet adequaat reageerde op de andere partij.

Bij aanvang van het debat bleek na een peiling dat twee mensen uit het publiek ons standpunt deelden; na het debat was dit er nog maar één. Dit bevestigde nogmaals dat ik mijn punt niet goed/sterk genoeg heb kunnen maken.

Mijn eigen mening heb ik niet meegenomen het debat in. Ik was het namelijk eens met beiden partijen. Ik stond volledig achter mijn punt van de 'domme internetgebruiker' (cru gezegd), maar ik kon me vinden in de praktische tegenargumenten van de andere partij; hoe ga je inderdaad de informatiestroom reguleren in een internetcultuur waar alleen al 50.000 tweets per minuut het web op worden geslingerd? 

Al met al vond ik het wel een heel leerzame ervaring. Van tevoren had ik gedacht dat ik zo’n debat ‘wel even zou doen’, maar niets bleek minder waar. Het feit dat de stelling onze partij in feite benadeelde, hielp ook niet mee aan het neerzetten van een goed debat. Ik heb wel erg geprobeerd me aan de groundrules te houden, maar ook hierbij was de spanning een negatieve factor.

In het tweede gedeelte van het werkcollege werden de beoordeelde (papieren) wegblogs uitgedeeld. Ik was blij om te horen dat ik daarmee in ieder geval op de goede weg zat, mijn blog was beoordeeld met een 7.5.